De onderste oogleden zakken wat af en staan minder strak met de leeftijd.

Het gaat om drie aspecten die apart of in combinatie kunnen voorkomen:

  • een verzakking/verrimpeling van de huid,
  • een verslapping van de onderste ooglidspier,
  • een verslapping van  diepere membranen die het vet van het onderste ooglid ophouden, waardoor het vet gaat doorzakken en zich een onderste ooglid‘wal’ vormt.

Naast deze fenomenen kunnen er 2 bijkomende aspecten ontstaan:

  • het afzakken van de buitenste ooghoek
  • het verdiepen van de kringen onder de ogen.

Een studie en bespreking van al deze aspecten met de patiënt, laten toe om de beste oplossing voor te stellen en finaal ook het beste resultaat te bekomen.

Overtollige huid

De eenvoudigste techniek bij onderste oogleden, zijnde de stripresectie in geval van een geïsoleerd zeer discreet huidexces is slechts zeer zelden geïndiceerd.

Meestal wordt een combinatie van technieken gebruikt, waarbij naast een huidresectie ook een onderste ooglid ophanging vereist is, ter correctie van de spierverslapping en de ooghoekverzakking; eventueel gaat dit gepaard met een bijkomende oogwalcorrectie.

We bespreken eerst de ooghoekophanging en het opspannen van de onderste ooglidrand:

Canthopexie – Canthoplastie

Dikwijls is dus naast de overtollige huidresectie ook een ophanging van het onderste ooglid nodig. Het ophangpunt hiervoor heeft een exact ankerpunt dat echter varieert ngl de morfologie van oog (en wang).  Deze ophangingstechniek  noemt men een canthopexie en brengt de ooghoek terug in een hogere positie, zoals bij jongeren, en spant tegelijk de onderste ooglidrand terug op.

Bij zeer belangrijke verslapping van de onderste ooglidrand is een bijkomende inkorting nodig: de canthoplastie.

Oogwallen

De oogwallen worden meestal eenvoudig verwijderd ‘à la demande’.

Men kent echter het fenomeen van de donkere kringen rond de ogen, die moeilijk te behandelen zijn met (dure) injecties.

Men kan dus soms voordeel halen uit het overtollige vet, door het vetzakje vrij te maken en uit te spreiden in de onderliggende kring eerder dan het gewoon weg te nemen.

Deze techniek wordt weleens de ‘turbo’ blefaroplastie van de onderste oogleden genoemd.

Ondanks de meer uitgebreide technische aspecten van correctieve heelkunde aan de onderste oogleden kan ook deze ingreep vlot onder lokale anesthesie, al dan niet met een lichte sedatie.

Voorzorgen

Bloedverdunners zoals Aspirine, Asaflow, Plavix e.a. worden gestaakt voor de ingreep. Hoe dit gebeurt en hoelang ervoor er gestopt wordt en of er eventueel een tijdelijk substitutiebehandeling nodig is, wordt met de chirurg besproken en in samenspraak met huisarts (of desbetreffende specialist) op punt gesteld.

Alle aandoeningen (en niet het minst de oogaandoeningen) en medicatie dienen aan de chirurg gemeld en het is nuttig deze gegevens bij de hand te hebben bij de raadpleging.

Met kennis van deze gegevens wordt de noodzaak van eventuele bijkomende onderzoeken ingeschat.

Thuismedicatie die toegelaten door de chirurg mag de dag van de ingreep ingenomen worden en indien de ingreep onder lokale verdoving doorgaat hoeft men niet nuchter te zijn.

Post-operatieve periode

Al lijkt het vanzelfsprekend, toch even herhalen dat vervoer dient voorzien te worden de dag van de ingreep, omdat men dan best niet achter het stuur zit.

Best gaat men niet met het hoofd omlaag (bv. bij veters van de schoenen vastmaken) en ook niet helemaal plat liggen. Men slaapt best in ruglig  met een dubbel hoofdkussen na een ingreep aan de ogen.

De bloeddruk dient laag houden: rustig blijven; lezen en televisie kijken mag gerust.

Behandeling bestaat uit ontsteking werende middelen (type Brufen) en Paracetamol (geen Aspirine of andere bloedverdunners) alsook afkoeling (geen direct ijs of coldpack op het oog, best inpakken in een dik stuk stof, of proper washandje bevochtigd met koud water).

Verder worden oogdruppels (Kunsttranen) en een zalfje (Tobramycine) op het litteken aangebracht, gedurende 1 week.

De hechtingen worden trouwens in minder dan 1 week verwijderd.