Definitie

Ptosis is een laaghangend bovenste of onderste ooglid, dat zichtproblemen kan veroorzaken, corneale irritatie, tranende ogen en andere problemen. De correctie is meestal heelkundig maar voorafgaandelijk dient de mogelijke oorzaak achterhaald.

Oorzaak

Ptosis kan verschillende oorzaken hebben en treft zowel kinderen, als oudere mensen.

Het kan ook zowel eenzijdig als tweezijdig zijn.

Bij kinderen gaat het meestal om een aangeboren aandoening die vroegtijdig dient gecorrigeerd om, soms definitieve oogletsels, te vermijden.

Op latere leeftijd gaat het om neurologische, infectieuze, traumatische, tumorale, toxisch/medicamenteuze en andere minder frequente oorzaken.

De meest frequente oorzaak op hogere leeftijd van bovenste ooglid ptosis is gelegen thv van een kleine optrekspiertjes (Levator – Müller) wiens verbinding met het bovenste ooglid uitgerokken geraakt of loskomt. Dit kan zoals gezegd uni- of bilateraal voorkomen.

Ingreep – Ptosis van de Bovenste oogleden

De ingreep bestaat er meestal in, om de insertie van de spier zo perfect mogelijk in te korten/ terug aan te hechten op het ooglid. De juiste inkorting en as-correctie van het ooglid zijn van belang en vergen ervaring.

Andere technieken zoals het ophangen aan de voorhoofdspieren of het corrigeren van de kleine Müller spier worden ook soms toegepast maar het gaat hier om minder frequente indicaties.

Ingreep – Ptosis van de Onderste oogleden

In dit geval zal het onderste ooglid te laag staan en soms zelfs van de oogbol los komen te staan (cfr. ectropion). De tranen vloeien slecht af en er kan irritatie optreden van de ogen.

Het herpositioneren en terug opspannen van het onderste ooglid zal deze afwijking corrigeren.

Aangezien een ptosis van het onderste ooglid ook gepaard kan gaan met zware oogwallen en huidexces wordt voor deze gecombineerde correctieve verwezen naar de rubriek ‘Onderste Oogleden Correctie’.

Voorzorgen 

Bloedverdunners zoals Aspirine, Asaflow, Plavix e.a. worden gestaakt voor de ingreep. Hoe dit gebeurt en hoelang ervoor er gestopt wordt en of er eventueel een tijdelijk substitutiebehandeling nodig is, wordt met de chirurg besproken en in samenspraak met huisarts (of desbetreffende specialist) op punt gesteld.

Alle aandoeningen (en niet het minst de oogaandoeningen) en medicatie dienen aan de chirurg gemeld en het is nuttig deze gegevens bij de hand te hebben bij de raadpleging.

Met kennis van deze gegevens wordt de noodzaak van eventuele bijkomende onderzoeken ingeschat.

Thuismedicatie die toegelaten door de chirurg mag de dag van de ingreep ingenomen worden en indien de ingreep onder lokale verdoving doorgaat hoeft men niet nuchter te zijn.

Nazorgen

Al lijkt het evident, toch even herhalen dat vervoer dient voorzien de dag van de ingreep, omdat men dan best niet achter het stuur kruipt.

Best gaat men niet met het hoofd omlaag (bvb bij veters van de schoenen vastmaken) en ook niet helemaal plat liggen. Men slaapt best in ruglig met een dubbel hoofdkussen na een ingreep aan de ogen.

De bloeddruk dient laag houden – rustig blijven – Lezen en televisie kijken mag gerust.

Medicatie bestaat uit ontsteking werende middelen (type Brufen) en Paracetamol (geen Aspirine of andere bloedverdunners) alsook afkoeling (geen direct ijs of coldpack op het oog, best inpakken in een dik stuk stof, of proper washandje bevochtigd met koud).

Oogdruppels (Kunsttranen) en een zalfje (Tobramycine) op het litteken gedurende 1 week.

De hechtingen worden trouwens in minder dan 1 week verwijderd.