Om scherp te zien, moeten zowel het hoornvlies (a) als de lens (b) (figuur 1) de lichtstralen breken (vandaar de term refractie) en ze focuseren op het netvlies, een laag lichtgevoelige cellen die de oogfundus bekleden.

Daar wordt het licht omgezet in elektrische impulsen die via de optische zenuw naar de hersenen worden doorgegeven.

Wanneer de lichtstralen niet correct gefocuseerd worden op het netvlies, zal het beeld wazig zijn. Deze fout noemen we een refractie-afwijking.

Brillen, contactlenzen of refractieve chirurgie corrigeren of verminderen deze refractie-afwijking door de breking van de lichtstralen zo te veranderen dat ze gefocuseerd worden op of dichter bij het netvlies.

Myopie of bijziendheid

Onstaat door de projectie van een beeld op verre afstand voor het netvlies.

Hierdoor wordt het beeld wazig waargenomen.

Dit kan gecorrigeerd worden optisch door een negatieve lens (bril of contactlens) voor het oog te plaatsen waardoor het beeld naar achter verschuift en op het netvlies valt.

 

Hypermetropie of verziendheid

Is de naam die men geeft aan de afwijking waarbij het beeld in de verte achter het netvlies geprojecteerd is waardoor het wazig wordt waargenomen.

Zolang de lens over een normale “zoom” capaciteit beschikt schuift het beeld door accommodatie naar voor en wordt scherp op het netvlies.

Optisch wordt deze afwijking gecorrigeerd met positieve lenzen (bril of contactlenzen) voor het oog.

 

Astigmatisme

Onstaat door dat het hoornvlies niet perfect rond is. Dit veroorzaakt een ongelijke projectie van het beeld ter hoogte van het netvlies.

Dit onscherp beeld kan enkel gecorrigeerd worden door cilinders (in brilglazen of contactlenzen).

Presbyopie

De presbyopie begint typisch rond 40 jaar, wanneer het vermogen van accommodatie te zwak wordt om nog te lezen met de verte correctie.