Wat is keratoconus?

De keratoconus is een vaak erfelijke aandoening van het hoornvlies waarbij een afwijking bestaat ter hoogte van het steunweefsel (collageen) .

De aandoening is meestal beiderzijds, doch vaak niet in dezelfde mate. De afwijking komt meer bij mannen voor dan bij vrouwen en meestal vanaf de tweede levensdecade. Door de progressieve verdunning van het hoornvlies ontstaat er uitstulping met als gevolg onregelmatig astigmatisme en toenemende myopie.

In eerste instantie kan deze aandoening met corrigerende glazen of half harde of harde contactlenzen gecorrigeerde worden. Indien de afwijking verder evolueert was tot hier toe enkel een hoornvlies transplantatie mogelijk.

Recent bestaat nu een nieuwe technologie die de toenemende verdunning van het hoornvlies kan stoppen: “Ultraviolet Crosslink” en  een methode om de hoornvliesvorm te normaliseren: intracorneale ringen.

Behandelingen

  • Ultraviolet Crosslink
  • Intracorneale ringen

Ultraviolet Crosslink

Het principe van de behandeling

Nadat het hoornvlies wordt ingedruppeld met RIBOFLAVINE dringt dit door in de diepere lagen van de cornea.

Door een nabehandeling met UV licht onstaan er verbindingen in het hoornvlies tussen de collageen vezels, waardoor dit 3x sterker wordt (dit proces is gestabiliseerd na 6 maanden). Waar tot hiertoe,deze behandeling meer dan 1 uur duurde 30 min druppelen, 30 min UV) kan dankzij de AVEDRO technologie dit beperkt worden tot maximale 20 minuten indruppeling en maximum 4 min nabehandeling met UV.

Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de gewijzigde productvorm en de hogere energie van de UV bron. Een bijkomende voordeel betaat hierin dat de therapie nu transepitheliaal kan uitgevoerd worden zodat er geen pijn is postoperatief. Het refractieprobleem door keratoconus (myopie – onregelmatig astigmatisme) wordt vaak voorafgaandelijk met topografie geleidde Excimer laser behandeld of wel nadien met torische phake implantlenzen.

 

Wie komt in aanmerking voor een ultraviolet crosslink?

  • preventie van keratoconus vorming
  • behandeling van keratoconus evolutie (progressieve vorm)
  • ectasie van de cornea
  • instabiliteit van de cornea na radiaire keratotomie (RK)
  • chronisch cornea edema
  • resistent cornea ulcus
  • recidieve keratoconus na cornea transplantatie

De risico’s

  •  vertraagde wondheling
  • aberrante wondheling
    (dit risico is beduindend lager door de transepitheliale benadering door AVEDRO therapie)
  • postoperatieve infectie

Wanneer niet behandelen met UV CROSSLINK

  • corneadikte <325µm
  • epitheliale helingsprobleem
  • herpes keratitis
  • zwangerschap

 

Keratoconus met intracorneale ringen

Keratecasie of een uitstulping van de cornea is meestal het gevolg van keratoconus of kan het gevolg zijn van een refractieve chirurgie.

Deze progressieve uitstulping van de cornea gaat meestal gepaard met een geleidelijke verdunning van het hoornvlies en de symptomen zijn meestal een progressieve vermindering van het zicht, een vervormde gezichtsscherpte, verhoogde lichtgevoeligheid.

In een eerste stadium kunnen bij ectasie halfharde contactlenzen gebruikt worden maar de kans is groot dat er een progressieve intolerantie optreedt na verloop van tijd. Tot hier toe was dan ook de enige mogelijkheid om cornea transplantatie uit te voeren. Het betreft echter een ingreep met een hoge graad van verwikkelingen.

Als nieuwere techniek voor het normaliseren van de hoornvliesvorm, bestaat er momenteel het plaatsen van intra corneale ring segmenten.

Deze techniek die reeds meer dan 15 jaar bestaat, geraakt opnieuw in een stroomversnelling vermits de tunnelisatie die vroeger mechanisch diende te gebeuren nu met meer precisie door een Ziemer laser toestel kan gebeuren.

Het uiteindelijk resultaat na het plaatsen van de ringen wordt topografisch goed ondersteund. Een totale onregelmatige cornea vorm wordt verbeterd, waardoor de patiënt zijn levenskwaliteit duidelijk toeneemt.

De ingreep gebeurt onder lokale anesthesie en ambulant.

Als mogelijke complicaties weerhouden we eventueel het verplaatsen van de ring of een postoperatieve infectie. Deze complicaties kunnen op een eenvoudige manier behandeld worden, indien ze vroegtijding gediagnosticeerd zijn. Een aanpassing van de corneale ringen is nodig in 10% van de gevallen. Na de operatie kan er voorbijgaand irritatie, halos en fotofobie waargenomen worden.