Een flinke scheelziensafwijking is duidelijk zichtbaar. Maar er zijn ook kleinere afwijkingen die nauwelijks opvallen (micro-strabisme) en minder ernstig lijken. De gevolgen zijn echter gelijk; ook bij micro-strabisme kan er al sprake zijn van een zeer slechtziend lui oog.

Bij scheelzien op latere leeftijd (na 8 jaar) is de kans op een lui oog klein, maar kan er dubbelzien optreden. Men knijpt dan vaak één oog dicht, houdt de hand voor het oog of klaagt over dubbelzien. Verder kan men last krijgen van onzekere bewegingen, bv. misstappen, ernaast grijpen, moeilijk afstanden kunnen inschatten.